Controlelijst voor attitudes

 

Zelfstandig kunnen werken

1 Maakt huiswerk zelf.

2 Kan een opdracht uitvoeren door zelfstandig opzoekwerk in de bibliotheek.

3 Ziet zelf moeilijkheden en neemt maatregelen om die op te lossen.

4 Ziet wanneer hulp nodig is en roept die in.

5.Leert lessen als dat nodig is, laat niets liggen

 

Sociale gerichtheid

1 Kan luisteren naar anderen en zich inleven.

2 Kan samenwerken in groep (afspraken en taakverdeling).

3 Is hulpvaardig.

4 Kan eigen mening herzien in confrontatie met die van anderen.

5 Weet onderlinge afspraken na te komen.

6 Heeft geduld met anderen.

7 Staat open voor problemen van anderen

8 Weet ruzies gepast bij te leggen.

9 Kan verantwoordelijkheid dragen voor een klastaak.

10 Is vlot in contacten.

11 Bemiddelt bij conflicten, werkt mee aan een compromis.

12 Identificeert zich met de groep.

13 Komt aan bod in de groep.

14 Heeft geen vooroordelen.

15 Weet hoe hij overkomt. Kent zijn sterkten en zwakten en houdt er rekening mee.

 

Zin voor efficiëntie, werkmethodiek

1 Komt op tijd.

2 Heeft orde

3 Maakt een planning op.

4 Werkt strategisch

5 Heeft zin voor afwerking.

6 Controleert zijn werk

7 Komt afspraken na.

8 Heeft respect voor eigen materiaal en dat van anderen.

9 Heeft een aangepast werktempo.

10 Kan goed zelfstandig werken en ook samenwerken met anderen.

11 Gebruikt zijn tijd nuttig.

12 Wekt nauwkeurig en tracht fouten te vermijden.

13 Houdt de werkpost goed in orde.

14 Kiest praktische oplossingen.

15 Neemt efficiënte besluiten

16 Staat open voor vernieuwing, kan zich aan nieuwe methodieken aanpassen.

 

 

Doorzettingsvermogen (inzet)

1 Werkt mee in de les.

2 Maakt huiswerk.

3 Doet meer dan van hem:haar wordt verwacht.

4 Goed werktempo.

5 Ziet moeilijkheden als uitdagingen die hij zelf oplost of waarvoor hij hulp zoekt.

6 Vult dode momenten productief op.

7 Is gericht op hoge kwaliteit en continue verbetering.

8 Kan onder druk werken

9 Neemt vernieuwende initiatieven die constructief bijdragen tot het doel.

 

Leergierigheid (interesse)

1 Toont interesse in de lessen.

2 Wil weten hoe iets werkt, zoekt naar achtergronden.

3 Is positief kritisch.

4 Wil zich vervolmaken.

5 Geeft veranderingen een kans.

6 Leert dagelijks bij.

7 Werken is een passie.

8 Kan creativiteit uitleven in zijn/haar werk.

9 Nieuwigheden zijn unieke kansen.

10 Weet wat hij op lange termijn wil bereiken.

 

Zin voor objectiviteit

1 Kan meningen van anderen onder woorden kunnen brengen.

2 Kan opbouwende kritiek leveren.

3 Weet eigen fouten te erkennen.

4 Streeft rationaliteit na.

5 Kan tot compromissen komen.