Algemene didactiek

Hfdst. 5: Didactische werkvormen

 

Overzicht

 

Wat verstaan we onder ‘werkvormen’?

Is de ene werkvorm effectiever dan de andere?

 

OMSCHRIJVING – KARAKTERISTIEKEN - SOORTEN – BIJZONDERE VORMEN – VARIANTEN - AANWIJZINGEN VOOR EFFICIENT GEBRUIK

WANNEER GEBRUIKEN?

 

Indeling

 

1 Aanbiedende werkvormen (leraar)

Doceren

Demonstreren

Vertellen

2 Gespreksvormen (leraar en leerlingen)

Onderwijsleergesprek

Leergesprek

Groepsdiscussie

Probleemoplossend gesprek

Andere gespreksvormen: debat, forumdiscussie..

3 Groepswerk (leerlingen)

Didactisch groepswerk

Rollenspel-simulatiespel

Gevalsmethode

4 Individualiserende werkvormen (leerling)

Zelfontdekkingsmethode

Geleide zelfontdekkingsmethode

Practicum

Zelfstudiepakket

Leeropdracht-leercontract

5 Strategieën (bekende combinatie van werkvormen)

Beheersingsleren

Projectmethode

Excursie

Huistaken

Praktijkleren

6 Methoden van affectieve vorming (affectieve doelstellingen)

Relatie leerling-leerkracht - Helpend gesprek - Leraarsstijl

Modeling

Bekrachtiging, bv. gedragsmodificatie (versterking of uitdoving), straf, aanmoediging en succesbeleving, structuur, feedback

Inschakelen van positieve groepskrachten

Waardeverduidelijking

Orde houden


 

Opgaven

 

1 Welk van onderstaande kenmerken behoort wel of niet tot de doceervorm?

- Het gaat om systematische presentatie van leerstof.

- Het gaat om ontdekkend leren.

- Vooral affectieve doelstellingen staan centraal.

- De leerlingen leren ontvangend.

- Het gaat hoofdzakelijk om verbale informatie.

 

2 Duid van onderstaande uitspraken aan of zij behoren tot het klasgesprek, het leergesprek of het onderwijsleergesprek.

- Eerder problemen stellen dan ze op te lossen.

- De leraar staat centraal.

- Leerlingen bespreken elkaars oplossingsmethoden.

- Inleving in een problematiek.

 

3 Analyseer volgende uitspraken en geef aan op welk van de volgende werkvormen ze betrekking hebben: parallel groepswerk, complementair groepswerk, brainstorming, rollenspel, simulatiespel, gevalsmethode.

- ‘Zeg mij eens waarop je zoal dient te letten bij het afleggen van een mondeling proefwerk.’ Vraagt de leraar aan de klas.

- Jan had liever samengewerkt met de leerlingen die een interview mochten afnemen bij sportmannen.

- Marina en Lucy moeten de verzorging van een bejaarde naspelen.

- De leraar laat de leerlingen verkoopgesprekken houden met (fictieve) cliënten.

- In het uitgebrachte rapport van elke groep was een grote overeenstem-ming merkbaar.

 

4 Geef commentaar op onderstaande vragen en reacties van de leerkracht. (vraagsteltechniek, niet inhoudelijk).

 

(1)            Lkr. Waar vind je steenkool? Ik bedoel nu niet in welke mijnen, maar welke provincie?

(2)            Lkr Welke landen liggen rond de Middellandse zee?

Ll Denemarken

Lkr Wie weet het?

(3)            Wat is de hoofdstad van Bulgarije?

Ll Budapest

Lkr Fout, je weet er niets van.

(4)            Lkr Welk land begon de tweede wereldoorlog?

Ll Italië

Lkr Wie is het daarmee eens?

 

 


 

(5)            Lkr Welke auto gaat sneller: een Honda of een Mercedes?

Ll Een Mercedes

Lkr Ja, dat vind ik ook.

(6)            Lkr Welke landen grenzen aan Polen?

Ll Duitsland

Lkr Ja maar ook nog Rusland enz.

(7)            Lkr Welke vogel nestelt op een paal?

Ll Een ooievaar.

Lkr Ja, een ooievaar.

(8)            Lkr Hoe heette de president van de Verenigde Staten die werd doodgeschoten?

Ll Kennedy

Lkr Ja, maar wie bedoel je Robert of John?

(9)            Lkr In ons land eet men veel brood maar in het Oosten en Zuiden van de wereld eet men rij…

(10)       Lkr Hoe heet zo’n grijze vogel aan de waterkant?

Ll Ik weet het niet

Lkr Hij lijkt op een ooievaar.

 

5 Doe je dit best niet of wel bij het stellen van vragen?

- Noem eerst de naam van de leerling alvorens een vraag te stellen.

- Moedig de leerlingen aan om de antwoorden van andere leerlingen te vervolledigen.

- Geef de leerlingen een standje bij verkeerde antwoorden.

- Herhaal letterlijk het antwoord van de leerling zodat de hele klas het hoort.

- Richt je zowel tot de passieve als tot de actieve leerlingen.

- Gebruik de doorvraagtechniek bij onvolledige antwoorden.

 

6 Welke principes in verband met huiswerk zijn wel of niet zinvol?

- Dit hoofdstuk moet je thuis maar bestuderen.

- Knip uit een weekblad vijf reclametitels.

- Huiswerk is uitstekend om leerlingen te selecteren.

- Kijken naar een tv-programma over Latijns-Amerika. Dit geeft je een beter inzicht in de politieke situatie aldaar.

- Oefen met behulp van de geluidsband de uitspraak van de tweeklanken verder in.

- Kees moet extra oefeningen maken op de werkwoordspelling.

 

7 Groepswerk als werkvorm

a)    Geef voorbeelden van groepswerk vanuit eigen ervaring (goede/slechte)

1.

2.

3.

 


 

b)    Aan welke eisen moet de taak opgegeven in het groepswerk voldoen?

1.                                                                                                                          4.

2.                                                                                                                          5.

3.                                                                                                                           

c)     Taakverdeling binnen de groepen.

Parallel groepswerk

Voordeel:                                      Nadeel:     

Complementair groepswerk

Voordeel:                                      Nadeel:

d)    Volgens welke kenmerken van de leerlingen maakt men de groepsindeling?

1.                                                                                                                          4.

2.                                                                                                                          5.

3.                                                                                                                          6

e)    Hoe groot moeten de groepen zijn?

Grotere groep

Voordeel:                                      Nadeel:     

Kleinere groep

Voordeel:                                      Nadeel:

f)      Omschrijf de activiteiten van de leerlingen en de leerkracht

1. Bij de inleiding en voorbereiding van het groepswerk

2. Tijdens het groepswerk

3. Tijdens het plenum

g)    Argumenten voor of tegen groepswerk

Standpunt leerkracht

Pro                                       Contra      

Standpunt leerlingen

Pro                                       Contra

 

8 Demonstratie van het leergesprek.

Fase 1: Los volgende opgave individueel op. Bij het oplossen mag je gebruik maken van pen en papier.

‘U hebt een afspraak met Prof. Schoenmakers en bevindt zich in de gang van zijn bureel. Op geen enkele deur is een naamplaatje bevestigd (deze zijn tijdelijk weggenomen omwille van schilderwerken) en u beschikt over volgende gegevens:

-op de gang hebben twee proffen, twee assistenten en één secretaresse elk hun bureel

-de burelen bevinden zich naast elkaar

-iedereen weet dat Prof. Schoenmakers alleen op afspraak ontvangt

-de proffen beschikken niet over een computer en zitten niet naast elkaar maar wel even ver van de secretaresse

-in de laatste kamer ziet u nog net een student binnengaan die een afspraak heeft

-in de kamer ernaast ziet u door de openstaande deur een jonge dame achter een computer zitten

-in de middelste kamer hoort u het geluid van het tikken op een computer.

In welke kamer zit Prof. Schoenmakers?’