Algemene didactiek

Hfdst. 7: Evaluatie

 

 

Ten behoeve van

De leerling

De leerkracht

De school

 

Fasen

 

(1) Verzamelen van informatie

Welke informatie verzamelen en op welke wijze?

Waarvoor gebruiken we de informatie?

 

(2) Beoordelen

Leerdoelgericht

Groepsnormgericht

Zelfgericht

 

(3) Beslissen

Begin van de les(senreeks)

Tijdens de les(senreeks)

Einde van de les(senreeks)

 

(4) Rapporteren

 

 

 

Functies van evaluatie

 

Formatieve evaluatie

Informatieve feedback

Naar de leerling

Naar de leerkracht

Motiverende feedback

 

Summatieve evaluatie

Toelaten

Afsluiten

 

Begrippen

 

Productevaluatie

Procesevaluatie

Permanente evaluatie

 

 

 


 

FASE 1 Verzamelen van gegevens

 

Toetsen

 

Kenmerken van een goede toets

Doelmatigheid

Validiteit

Begripsvaliditeit

Inhoudsvaliditeit

Predictieve validiteit

Betrouwbaarheid

Leraar

Meetinstrument

Meetsituatie

Efficiëntie

Billijkheid

Objectiviteit

Doorzichtigheid

Normering

 

Vraagvormen kiezen

Open vragen

Korte-antwoordvraag

Essayvraag

Begrenzende open vraag

Niet-begrenzende open vraag

 

 

 

Gesloten vragen

Geprecodeerde vragen

Waar-onwaarvraag

Meerkeuzevraag

Niet-geprecodeerde vragen

Sorteervraag

Classificatievraag

Rangschikvraag

 

Gebruik van de vraagvormen

Open vragen

Gesloten vragen

 

Items schrijven

Overeenstemming met het leerdoel

Geschikte moeilijkheidsgraad

 

 

Toets behandelen

Samenstellen

Afnemen

Corrigeren

Scoren

 

Analyse en verwerking van toetsresultaten

Puntenrooster

Vier verwerkingsvragen

Kwaliteitscontrole

Item

Toets als geheel

Analyse prestaties van elke leerling

Meetschalen

        Ordinale schaal

        Intervalschaal

Meetresultaten verwerken

 

Observeren

Praktische vaardigheden

Schriftelijke vaardigheidsopdracht

Identificatieopdracht

Simulatieopdracht

Werkopdracht

Observatietechnieken

Gedragsbeschrijvingen

Controlelijsten

Beoordelingsschalen: Grafische schaal, numerieke schaal, combinatie grafische en numerieke schaal, beschrijvende schaal

Observatie van praktische vaardigheden

Werkanalyse en vaardigheidsanalyse

Observatieschema

Foutenanalyse

Evaluatie van attitudes

Observatietechnieken

Zelfbeschrijvende technieken

Fouten bij observatie

Problemen validiteit

Problemen betrouwbaarheid

 

 

 

 

 

FASE 2 Beoordelen

 

Uitgangspunten

Onderscheid scorecijfer en beoordelingscijfer

Gebruik van beoordelingscategorieën

Beoordelingscriteria:

Enkelvoudig beoordelen: absolute en relatieve methoden

Meervoudig beoordelen: volledige gedeeltelijke compensatie en geen compensatie

 

FASE 3 Beslissen

 

Didactische beslissingsmomenten:

Aanvang lessenreeks

Tijdens leerproces

Einde lessenreeks

Didactische acties

Herkansen

Uitbreiden

Eindbeslissingen

Toelatingsbeslissingen en afsluitingsbeslissingen

Beslissingsbevoegdheid

Ontkoppeling van selectie en kwalificatie

Beslissingsregels: de klassenraad of het lerarenoverleg

doelmatigheid: validiteit en betrouwbaarheid

billijkheid: objectiviteit, geen willekeur, doorzichtigheid, collegialiteit, rechtvaardige combinatieregels

 

 

 

 

FASE 4 Rapporteren

 

Formatief rapporteren

handopsteken

zelfcorrrectie

gesprek en schoolagenda

doelkaarten en doelstellingenrapport

vakrapport

woordrapport

ingevulde toets

Summatief rapporteren

vakken

verschillende beoordelingen per vak

eindbeoordeling per vak

eindbeslissing en advies

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opgaven

 

1 Hieronder volgen de klasresultaten van een korte beheersingstaak i.v.m. taalschat. Welke didactische maatregelen kan de leraar hieruit afleiden?

               

Items

 

 

Leerlingen

 

1      2      3      4      5      6      7      8

 

1

 

2

 

3

 

4

 

5

 

6

 

7

 

8

 

9

 

10

 

+      +      -       +      +      -       -       +

 

-       +      +      +      +      -       +      -

 

+      -       +      +      +      -       +      -

 

-       -       -       +      +      -       +      -

 

+      +      +      -       +      -       +      -

 

+      -       +      +      -       -       +      +

 

+      +      +      -       +      -       +      +

 

+      +      +      +      +      +      +      +

 

+      +      -       -       +      +      +      +

 

-       +      -       +      +      -       +      -

 

 

 

2 Duid voor onderstaande leerdoelen aan voor welke vraagvorm het best wordt gekozen.

Waar/vals vraag

Sorteervraag

Meerkeuzevraag

Korte antwoordvraag

Begrenzende open vraag

Niet-begrenzende open vraag

Classificatievraag

 

- Een verhandeling kunnen schrijven over de evolutie van de politieke situatie van Oost-Duitsland vanaf 1961.

- Onderscheid tussen goed en slecht geformuleerde doelstellingen kunnen maken.

- Doelstellingen kunnen indelen in cognitieve, affectieve en motorische doelen.

- De werken van gegeven auteurs kunnen identificeren.

- Zoveel mogelijk vragen i.v.m. feiten uit de tweede wereldoorlog kunnen beantwoorden.

- Een wetenschappelijke waarneming kunnen interpreteren.

- Een definitie in eigen woorden kunnen formuleren.

 

3 Beoordeel volgende toetsvragen op hun formulering.

 

De eerste mens in de ruimte was

a.Neil Armstrong

b.John Glenn

c.Joeri Gagarin

d.Charles Lindbergh

 

De hoofdstad van Bulgarije is …

 

Het woord taxonomie betekent

a.classificatie

b.evaluatie

 

Diabetes ontwikkelt na 40. Juist/onjuist

 

Wanneer je van Hasselt naar Eindhoven reist zie je … en …

 

Water kan gekookt worden

a.door het tot 90 ° te verhitten

b.door het tot 100 ° te verhitten

c.door het tot 110 ° te verhitten

d.door het tot 120 ° te verhitten

 

Hugo Claus schreef…

 

Wat is een elektron?

a.een elektronisch instrument b.een negatief geladen deeltje

c.een stembiljet d.een atoomkern

 

Keizer Karel werd geboren in …

 

Een transformator kan worden gebruikt

a.om electriciteit op te slaan

b.voor het verhogen van wisselstroomspanning

c.om de elektrische energie in mechanische energie om te zetten

d.om de wisselstroom in gelijkstroom om te zetten

 

 

Welke van onderstaande steden ligt niet ten Noorden van de Maas?

a.Amsterdam

b.Breda

c.Enschede

d.Arnhem

 

Jan, een aantrekkelijke jongen die op het college hoge cijfers behaalt heeft een IQ van 105. Zijn intelligentie moet worden geclassificeerd als

a.geniaal

b.zeer hoog

c.gemiddeld

d.onder het gemiddelde

 

De slagader de zuurstofrijk bloed van het hart naar het lichaam transporteert, heet

a.trapeziumspier

b.kleine hersenen

c.patellapees

d.aorta

 

Het kookpunt van water bij een druk van 1 atmosfeer is

a.270 °C

b.110 °C

c.100 °C

d.80 °C

 

Wat is het voornaamste probleem van de huidige stadsbewoner?

a.slechte voedingsgewoonten

b.onvoldoende medische zorg

c.onvoldoende huisvesting

d.gebrek aan communicatie


 

In Zaïre

a.worden veel diamanten gevonden

b.heeft men zeer veel verschillende houtsoorten

c.wordt veel koper gedolven

d.heeft men machtige hydro-elektrische centrales

 

4 Schrijf bij onderstaande leerdoelen een doelstellingvalide item.

- Eenvoudige procentberekeningen kunnen maken.

- De betekenis van de verkeerslichten aan de hand van dia’s kunnen demonstreren.

- Op foto’s de kenmerken van de gotische stijl kunnen identificeren.

- Bijvoeglijke naamwoorden kunnen identificeren in gegeven zinnen.

- De beste definitie van een parallellogram kunnen kiezen uit een lijst van definities

 

5 Duid bij elk leerdoel de opdracht aan die het best de vooropgestelde doelstelling evalueert.

 

Leerdoel 1: Van gegeven zelfstandige naamwoorden het tegengestelde kunnen schrijven.

 

Opdrachten bij 1:

a) Schrijf drie zelfstandige naamwoorden op met hun tegengestelde.

b) Schrijf het tegengestelde van

- vraag:

- optelling:

- dag:

- nacht:

c) Wat is het tegengestelde woord van droog

a.water

b.vochtigheid

c.nat

d.regen

d) Zeg de tegengestelde betekenis van hard, donker, Noord

 

Leerdoel 2: De naam van de uitkomsten van hoofdbewerkingen kunnen identificeren

 

Opdrachten bij 2

a) Wat is het resultaat van volgende bewerkingen

82x36=

14+19=

18+3=

b) Als twee getallen door vermenigvuldiging worden gecombineerd, hoe noemt men dan de verkregen hoeveelheid?

a.oppervlakte

b.product

c.quotiënt

d.verhouding

c) Hoe noemt men het resultaat van een worteltrekking?

d) Maak volgende oefeningen

186+16=

192:3=

67x77=

 

Leerdoel 3: Zelfstandig de enkelvoudig geknoopte hechting kunnen verwijderen.

 

Opdrachten bij 3:

a) Leg uit hoe de enkelvoudig geknoopte hechting moet worden verwijderd.

b) Demonstreer hoe je een enkelvoudig geknoopte hechting moet

verwijderen.

c) Bespreek de belangrijkste criteria waar je moet op letten bij het zelfstandig verwijderen van een enkelvoudig geknoopte hechting.

d) Geef aan welke fouten gemaakt worden bij de hiernavolgende demonstratie van een enkelvoudig geknoopte hechting die verwijderd wordt.

 

6 Duid aan welke van de volgende uitspraken verwijzen naar

Leerdoelgerichte evaluatie

Groepsnormgerichte evaluatie

 

- De uitslag van haar wiskundetoets plaatst An in de topgroep van haar klas.

- Jan definieerde 90 % van de technische termen correct.

- Marc overtreft 85 % van zijn klasgroep op de taaltoets.

- Wim kan alle delen van een zin identificeren.

- De besten op de toets krijgen een A, de tweede beste groep een B, enz.

- De leerlingen van het eerste jaar secundair onderwijs worden gegroepeerd in homogene groepen op grond van hun intelligentie.

- Voor welke soort van elektronische kringloop kan Kris de waarde van de totale weerstand berekenen?

- Na een aantal leertaken neemt de leraar Nederlands een formatieve toets af.

- Het verbeteren van een leerplan door na te gaan welke doelstellingen wel en welke niet werden bereikt.

- De twaalf beste leerlingen in een toets Engels aanduiden.

 

7 Hieronder volgt een puntenrooster met de resultaten van de leerlingen op een bepaalde formatieve toets. Beantwoord de bijhorende vragen aan de hand van het puntenrooster.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Doelstellingen

 

Kennis van termen

 

 

Kennis van

feiten

 

Items

Leerlingen

 

 

1      2      3

 

4      5      6

1

 

2

 

3

 

4

 

5

 

6

 

7

 

8

 

9

 

10

 

11

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

-       +      +

 

+      +      +

 

+      -       +

 

+      +      +

 

+      +      -

 

-       +      -

 

-       +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      -       +

 

+      +      +

 

 

 

 

 

 

 

 

Doelstellingen

 

Interpretatie van

kaarten

 

 

 

Gebruik van index

 

Items

Leerlingen

 

 

7      8      9

 

10     11     12     13     14     15

1

 

2

 

3

 

4

 

5

 

6

 

7

 

8

 

9

 

10

 

11

 

+      +      +

 

+      -       +

 

+      +      +

 

+      -       +

 

+      -       +

 

-       +      +

 

+      +      +

 

+      +      +

 

+      +      -

 

-       +      -

 

+      +      -

+      -       -       +      +      +

 

+      +      -       +      +      +

 

+      +      +      -       +      +

 

+      +      -       +      +      +

 

+      +      -       +      +      -

 

+      -       -       +      -       +

 

+      -       -       +      +      +

 

+      +      -       +      +      +

 

+      +      -       +      +      +

 

-       -       -       +      -       -

 

-       +      +      -       +      +

 

 

 

 

 

 

Informatie vooraf over criteria voor bereikbaarheid doelstellingen:

Kennis van termen: 75 %

Kennis van feiten: 100 %

Interpretatie van kaarten: 50 %

Gebruik van index: 80 %

 

- Wat is het nut van een dergelijk analyserooster?

- Over hoeveel doelstellingen gaat het in feite in bovenstaande toets?

- Welke leerling(en) bereikte(n) doelstelling 1 niet, rekening houdend met een + 75 % criterium?

- Wat is de moeilijkheidsgraad van volgende items: 4, 11, 12?

- Welke items kunnen moeilijk als ‘basisitems’ worden aanvaard?

- Stel een doelstellingenrapport op van leerling 9.

- Bij welke items is correctie door groepsinstructie waarschijnlijk noodzakelijk?

- Welke punten zou je geven aan leerling 1?

- Hoeveel doelstellingen werden bereikt door leerling 10?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8. Classificeer de nummers van volgende uitspraken in de onderstaande summatieve en formatieve evaluatiefasen.

 

 

Summatieve evaluatie

Formatieve evaluatie

Informatie verzamelen

 

Interpreteren

 

Rapporteren

 

Beslissen

 

 

 

1. In welke mate zijn de leerlingen klaar om aan de leereenheid te beginnen.

2. Is een herhaling van de leerstof noodzakelijk?

3. Welke leerlingen kunnen naar een volgend leerjaar overstappen?

4. Zou ik beter wat commentaar bij de eindcijfers neerschrijven?

5. Ik ga de tijdens het examen gemaakte fouten achteraf in de klas bespreken.

6. Op welke wijze gaan we de leerlingen van het eerste jaar secundair onderwijs in het begin van het schooljaar in verschillende klassen groeperen?

7. Na deze leereenheid ga ik een grote toets afnemen om de tekorten op te sporen.

8. Tijdens mijn observaties in de klas gebruik ik een observatieblad om punten te geven.

9. Op het einde van elk trimester tel ik de resultaten van alle formatieve toetsen op.

10. Welke leerlingen geef ik een herexamen?

 

9. Duid bij onderstaande doelstellingen de meest geschikte evaluatiemethode aan: meting OF observatie.

- Een zieke kunnen verzorgen

- Aan de hand van een kaart bepaalde gegevens kunnen vinden.

- Oorzaken en gevolgen in verschijnselen kunnen opsporen.

- Een onderwerp voor een groep kunnen presenteren.

- Een werk kunnen organiseren.

- De gedachten of gevoelens vinden die in een gedicht staan uitgedrukt.

 

10 Kies één van onderstaande attitudes en stel er een controlelijst van op met een achttal items:

- zelfstandig kunnen werken

- sociale gerichtheid

- zin voor efficiëntie

- doorzettingsvermogen (inzet)

- leergierigheid (interesse)

- zin voor objectiviteit.