Algemene
didactiek
De leerling
De leerkracht
De school
Welke informatie verzamelen en op welke wijze?
Waarvoor gebruiken we de informatie?
Leerdoelgericht
Groepsnormgericht
Zelfgericht
Begin van de les(senreeks)
Tijdens de les(senreeks)
Einde van de les(senreeks)
Informatieve feedback
Naar de leerling
Naar de leerkracht
Motiverende feedback
Productevaluatie
Procesevaluatie
Permanente evaluatie
FASE 1 Verzamelen van gegevens
Doelmatigheid
Validiteit
Begripsvaliditeit
Inhoudsvaliditeit
Predictieve validiteit
Betrouwbaarheid
Leraar
Meetinstrument
Meetsituatie
Efficiëntie
Billijkheid
Objectiviteit
Doorzichtigheid
Normering
Open vragen
Korte-antwoordvraag
Essayvraag
Begrenzende open vraag
Niet-begrenzende open vraag
Gesloten vragen
Geprecodeerde vragen
Waar-onwaarvraag
Meerkeuzevraag
Niet-geprecodeerde vragen
Sorteervraag
Classificatievraag
Rangschikvraag
Open vragen
Gesloten vragen
Overeenstemming
met het leerdoel
Geschikte moeilijkheidsgraad
Samenstellen
Afnemen
Corrigeren
Scoren
Puntenrooster
Vier verwerkingsvragen
Kwaliteitscontrole
Item
Toets als geheel
Analyse prestaties van elke leerling
Meetschalen
Ordinale schaal
Intervalschaal
Meetresultaten verwerken
Praktische vaardigheden
Schriftelijke vaardigheidsopdracht
Identificatieopdracht
Simulatieopdracht
Werkopdracht
Observatietechnieken
Gedragsbeschrijvingen
Controlelijsten
Beoordelingsschalen: Grafische schaal, numerieke
schaal, combinatie grafische en numerieke schaal, beschrijvende schaal
Observatie van praktische vaardigheden
Werkanalyse en vaardigheidsanalyse
Observatieschema
Foutenanalyse
Evaluatie van attitudes
Observatietechnieken
Zelfbeschrijvende technieken
Fouten bij observatie
Problemen validiteit
Problemen betrouwbaarheid
Uitgangspunten
Onderscheid scorecijfer en beoordelingscijfer
Gebruik van beoordelingscategorieën
Beoordelingscriteria:
Enkelvoudig beoordelen: absolute en relatieve
methoden
Meervoudig beoordelen: volledige gedeeltelijke compensatie en geen
compensatie
Didactische beslissingsmomenten:
Aanvang lessenreeks
Tijdens leerproces
Einde lessenreeks
Didactische acties
Herkansen
Uitbreiden
Eindbeslissingen
Toelatingsbeslissingen en afsluitingsbeslissingen
Beslissingsbevoegdheid
Ontkoppeling van selectie en kwalificatie
Beslissingsregels: de klassenraad of het lerarenoverleg
doelmatigheid: validiteit en betrouwbaarheid
billijkheid: objectiviteit, geen willekeur, doorzichtigheid,
collegialiteit, rechtvaardige combinatieregels
Formatief rapporteren
handopsteken
zelfcorrrectie
gesprek en schoolagenda
doelkaarten en doelstellingenrapport
vakrapport
woordrapport
ingevulde toets
Summatief rapporteren
vakken
verschillende beoordelingen per vak
eindbeoordeling per vak
eindbeslissing en advies
1 Hieronder volgen
de klasresultaten van een korte beheersingstaak i.v.m. taalschat. Welke didactische maatregelen kan de leraar
hieruit afleiden?
|
Items Leerlingen |
1 2 3 4 5 6 7 8 |
|
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 |
+ + - + + - - + - + + + + - + - + - + + + - + - - - - + + - + - + + + - + - + - + - + + - - + + + + + - + - + + + + + + + + + + + + - - + + + + - + - + + - + - |
2 Duid voor
onderstaande leerdoelen aan voor welke vraagvorm het best wordt gekozen.
Waar/vals vraag
Sorteervraag
Meerkeuzevraag
Korte
antwoordvraag
Begrenzende open
vraag
Niet-begrenzende
open vraag
Classificatievraag
- Een verhandeling
kunnen schrijven over de evolutie van de politieke
situatie van Oost-Duitsland vanaf 1961.
- Onderscheid
tussen goed en slecht geformuleerde doelstellingen kunnen maken.
- Doelstellingen
kunnen indelen in cognitieve, affectieve en motorische doelen.
- De werken van
gegeven auteurs kunnen identificeren.
- Zoveel mogelijk
vragen i.v.m. feiten uit de tweede wereldoorlog
kunnen beantwoorden.
- Een
wetenschappelijke waarneming kunnen interpreteren.
- Een definitie in
eigen woorden kunnen formuleren.
3 Beoordeel
volgende toetsvragen op hun formulering.
De eerste mens in
de ruimte was
a.Neil Armstrong
b.John Glenn
c.Joeri Gagarin
d.Charles Lindbergh
De hoofdstad van
Bulgarije is …
Het woord
taxonomie betekent
a.classificatie
b.evaluatie
Diabetes
ontwikkelt na 40. Juist/onjuist
Wanneer je van
Hasselt naar Eindhoven reist zie je … en …
Water kan gekookt
worden
a.door het tot 90 ° te verhitten
b.door het tot 100 ° te verhitten
c.door het tot 110 ° te verhitten
d.door het tot 120 ° te verhitten
Hugo Claus schreef…
Wat is een
elektron?
a.een elektronisch instrument b.een negatief
geladen deeltje
c.een stembiljet d.een atoomkern
Keizer Karel werd geboren in …
Een transformator
kan worden gebruikt
a.om electriciteit
op te slaan
b.voor het verhogen van wisselstroomspanning
c.om de elektrische energie in mechanische
energie om te zetten
d.om de wisselstroom in gelijkstroom om te
zetten
Welke van
onderstaande steden ligt niet ten Noorden van de Maas?
a.Amsterdam
b.Breda
c.Enschede
d.Arnhem
Jan, een
aantrekkelijke jongen die op het college hoge cijfers behaalt heeft een IQ van
105. Zijn intelligentie moet worden geclassificeerd als
a.geniaal
b.zeer hoog
c.gemiddeld
d.onder het gemiddelde
De slagader de
zuurstofrijk bloed van het hart naar het lichaam transporteert, heet
a.trapeziumspier
b.kleine hersenen
c.patellapees
d.aorta
Het kookpunt van
water bij een druk van 1 atmosfeer is
a.270 °C
b.110 °C
c.100 °C
d.80 °C
Wat is het
voornaamste probleem van de huidige stadsbewoner?
a.slechte
voedingsgewoonten
b.onvoldoende
medische zorg
c.onvoldoende
huisvesting
d.gebrek aan
communicatie
In Zaïre
a.worden veel diamanten gevonden
b.heeft men zeer veel verschillende
houtsoorten
c.wordt veel koper gedolven
d.heeft men
machtige hydro-elektrische centrales
4 Schrijf bij onderstaande
leerdoelen een doelstellingvalide item.
- Eenvoudige
procentberekeningen kunnen maken.
- De betekenis van
de verkeerslichten aan de hand van dia’s kunnen demonstreren.
- Op foto’s de
kenmerken van de gotische stijl kunnen identificeren.
- Bijvoeglijke
naamwoorden kunnen identificeren in gegeven zinnen.
- De beste
definitie van een parallellogram kunnen kiezen uit een lijst van definities
5 Duid bij elk
leerdoel de opdracht aan die het best de vooropgestelde doelstelling evalueert.
Leerdoel 1: Van gegeven zelfstandige naamwoorden het
tegengestelde kunnen schrijven.
Opdrachten bij
1:
a) Schrijf drie zelfstandige naamwoorden op
met hun tegengestelde.
b) Schrijf het tegengestelde van
- vraag:
- optelling:
- dag:
- nacht:
c) Wat is het tegengestelde woord van droog
a.water
b.vochtigheid
c.nat
d.regen
d) Zeg de tegengestelde betekenis van hard,
donker, Noord
Leerdoel 2: De naam van de uitkomsten van
hoofdbewerkingen kunnen identificeren
Opdrachten bij
2
a) Wat is het resultaat van volgende bewerkingen
82x36=
14+19=
18+3=
b) Als twee getallen door vermenigvuldiging
worden gecombineerd, hoe noemt men dan de verkregen hoeveelheid?
a.oppervlakte
b.product
c.quotiënt
d.verhouding
c) Hoe noemt men het resultaat van een
worteltrekking?
d) Maak volgende oefeningen
186+16=
192:3=
67x77=
Leerdoel 3: Zelfstandig de enkelvoudig geknoopte
hechting kunnen verwijderen.
Opdrachten bij
3:
a) Leg uit hoe de enkelvoudig geknoopte
hechting moet worden verwijderd.
b) Demonstreer hoe je een enkelvoudig
geknoopte hechting moet
verwijderen.
c) Bespreek de belangrijkste criteria waar
je moet op letten bij het zelfstandig verwijderen van een enkelvoudig geknoopte
hechting.
d) Geef aan welke fouten gemaakt worden bij
de hiernavolgende demonstratie van een enkelvoudig geknoopte hechting die
verwijderd wordt.
6 Duid aan welke
van de volgende uitspraken verwijzen naar
Leerdoelgerichte
evaluatie
Groepsnormgerichte
evaluatie
- De uitslag van
haar wiskundetoets plaatst An in de topgroep van haar
klas.
- Jan definieerde
90 % van de technische termen correct.
- Marc overtreft 85 % van zijn klasgroep
op de taaltoets.
- Wim kan alle
delen van een zin identificeren.
- De besten op de
toets krijgen een A, de tweede beste groep een B, enz.
- De leerlingen
van het eerste jaar secundair onderwijs worden gegroepeerd in homogene groepen
op grond van hun intelligentie.
- Voor welke soort
van elektronische kringloop kan Kris de waarde van de totale weerstand
berekenen?
- Na een aantal
leertaken neemt de leraar Nederlands een formatieve
toets af.
- Het verbeteren
van een leerplan door na te gaan welke doelstellingen wel en welke niet werden
bereikt.
- De twaalf beste
leerlingen in een toets Engels aanduiden.
7 Hieronder volgt
een puntenrooster met de resultaten van de leerlingen op een bepaalde formatieve toets. Beantwoord de bijhorende vragen aan de
hand van het puntenrooster.
|
Doelstellingen |
Kennis van
termen |
Kennis van feiten |
|
Items Leerlingen |
1 2 3 |
4 5 6 |
|
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 |
+ + + + + + + + + + + + - + + + + + + - + + + + + + - - + - - + + |
+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + - + + + + |
|
|
|
|
|
Doelstellingen |
Interpretatie van kaarten |
Gebruik van index |
|
Items Leerlingen |
7 8 9 |
10 11 12 13 14 15 |
|
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 |
+ + + + - + + + + + - + + - + - + + + + + + + + + + - - + - + + - |
+ - - + + + + + - + + + + + + - + + + + - + + + + + - + + - + - - + - + + - - + + + + + - + + + + + - + + + - - - + - - - + + - + + |
|
|
|
|
Informatie vooraf
over criteria voor bereikbaarheid doelstellingen:
Kennis van termen:
75 %
Kennis van feiten:
100 %
Interpretatie van
kaarten: 50 %
Gebruik van index:
80 %
- Wat is het nut
van een dergelijk analyserooster?
- Over hoeveel
doelstellingen gaat het in feite in bovenstaande toets?
- Welke
leerling(en) bereikte(n) doelstelling 1 niet, rekening houdend met een + 75 %
criterium?
- Wat is de
moeilijkheidsgraad van volgende items: 4, 11, 12?
- Welke items kunnen moeilijk als ‘basisitems’ worden aanvaard?
- Stel een
doelstellingenrapport op van leerling 9.
- Bij welke items is correctie door groepsinstructie waarschijnlijk
noodzakelijk?
- Welke punten zou
je geven aan leerling 1?
- Hoeveel
doelstellingen werden bereikt door leerling 10?
8. Classificeer de
nummers van volgende uitspraken in de onderstaande summatieve
en formatieve evaluatiefasen.
|
|
Summatieve evaluatie |
Formatieve evaluatie |
|
Informatie
verzamelen Interpreteren Rapporteren Beslissen |
|
|
1. In welke mate zijn
de leerlingen klaar om aan de leereenheid te beginnen.
2. Is een
herhaling van de leerstof noodzakelijk?
3. Welke
leerlingen kunnen naar een volgend leerjaar overstappen?
4. Zou ik beter
wat commentaar bij de eindcijfers neerschrijven?
5. Ik ga de tijdens
het examen gemaakte fouten achteraf in de klas bespreken.
6. Op welke wijze
gaan we de leerlingen van het eerste jaar secundair onderwijs in het begin van
het schooljaar in verschillende klassen groeperen?
7. Na deze
leereenheid ga ik een grote toets afnemen om de tekorten op te sporen.
8. Tijdens mijn
observaties in de klas gebruik ik een observatieblad om punten te geven.
9. Op het einde
van elk trimester tel ik de resultaten van alle formatieve
toetsen op.
10. Welke
leerlingen geef ik een herexamen?
9. Duid bij
onderstaande doelstellingen de meest geschikte evaluatiemethode aan: meting OF
observatie.
- Een zieke kunnen
verzorgen
- Aan de hand van
een kaart bepaalde gegevens kunnen vinden.
- Oorzaken en
gevolgen in verschijnselen kunnen opsporen.
- Een onderwerp
voor een groep kunnen presenteren.
- Een werk kunnen
organiseren.
- De gedachten of
gevoelens vinden die in een gedicht staan uitgedrukt.
10 Kies één van
onderstaande attitudes en stel er een controlelijst van op met een achttal items:
- zelfstandig
kunnen werken
- sociale
gerichtheid
- zin voor
efficiëntie
-
doorzettingsvermogen (inzet)
- leergierigheid
(interesse)
- zin voor
objectiviteit.