Mogelijke
doelstellingen Algemene didactiek
(selectie uit volgende bron: /docent.hogent.be/~dh673/doelendid.doc)
- Met eigen woorden een omschrijving kunnen geven van het begrip algemene didactiek.
- Het didactisch model van Van Gelder kunnen uiteenzetten.
- In concrete situaties de componenten van het didactisch model kunnen herkennen.
- De verschillende factoren die de beginsituatie mee bepalen kunnen illustreren.
- Concrete situaties bij de betreffende factor van de beginsituatie kunnen plaatsen.
- Doelstellingen correct kunnen formuleren.
- In geformuleerde doelstellingen fouten kunnen corrigeren.
- Doelstellingen kunnen categoriseren volgens de taxonomie van Romiszowski.
- Doelstellingen kunnen indelen volgens het persoonlijkheidsdomein.
- Vanuit de eigen vakgebieden doelstellingen kunnen geven in de verschillende persoonlijkheidsdomeinen.
- Met eigen woorden een omschrijving kunnen geven van het begrip didactische werkvorm.
- Voor de verschillende didactische werkvormen een omschrijving kunnen geven: doceren, demonstreren, onderwijsleergesprek, leergesprek, klasgesprek, groepswerk.
- De bruikbaarheid (voor- en nadelen, extra-aandachtspunten) van de verschillende didactische werkvormen kunnen bespreken.
- De techniek van het vragen-stellen tijdens een les kunnen uiteenzetten.
- Fouten tegen een goede didactische vraagstelling kunnen corrigeren.
- Voor gegeven doelstellingen kunnen bepalen welke didactische werkvormen zouden kunnen gehanteerd worden.
- Met eigen woorden een omschrijving kunnen geven van het begrip evalueren.
- De fasen bij het evalueren kunnen beschrijven.
- Het verschil tussen proces- en productevaluatie, formatieve en summatieve evaluatie kunnen bespreken.
- De kenmerken van een degelijk evaluatiemiddel kunnen uitleggen, met gebruik van de wetenschappelijke termen.
- Concrete voorbeelden van evaluatie kunnen linken aan wel of niet voldoen aan de eisen , gesteld aan degelijke evaluatie.
- De verschillende evaluatievormen kunnen illustreren.
- De voor- en nadelen van de verschillende vraagvormen kunnen uitleggen.
- Correcte vragen van de diverse soorten kunnen opstellen.
- De verschillende factoren die leermotivatie beïnvloeden kunnen beschrijven.
- Het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie kunnen uitleggen..
- De link tussen prestatiemotivatie en faalangst kunnen bespreken.
- Kunnen aangeven hoe de leerkracht zijn lessen motiverend kan maken.
- Kunnen aangeven hoe de leerkracht zijn lessen aanschouwelijk kan maken.
- Kunnen aangeven hoe de leerkracht zijn lessen actief kan maken.
- De begrippen externe en interne differentiatie kunnen toelichten.
- Het verschil tussen streaming en setting kunnen verwoorden.
- De voor- en nadelen van het werken in niveaugroepen kunnen bespreken.