Benaderingen van ongewenst leerlinggedrag
Negatieve
en positieve reacties
De
toonzetting van reacties (kritiek) op ongewenst leerlingengedrag kan positief
of negatief zijn. Van nature zijn leraren geneigd ongewenst leerlingengedrag
negatief verbaal te benaderen. Wil je echter ongewenst gedrag ontwikkelen in de
richting van meer gewenst leerlingengedrag dan zal positief (verbaal) reageren
effectiever zijn dan negatief (verbaal) reageren. Bij het geven van positieve
kritiek wordt immers verwezen naar het gewenste gedrag.
Bedenk bij
de gegeven negatieve reacties ιιn of meerdere positieve benaderingen (met
andere woorden zeg wat je wel wilt).
Voorbeeld:
Negatief:
Maak niet zon kabaal als je je
stoel verschuift.
Positief:
Och, til je stoel even zo op als je hem verplaatst (de leraar demonstreert
dit).
1 Schreeuw
niet door de klas.
2 Kijk niet
bij je buurvrouw af.
3 Kun je
niet wat netter schrijven.
4 Ik kan
wel merken dat je geen fatsoen hebt geleerd.
5 Jij zult
ook nooit iets opruimen, hι.
6 Ik zou me
echt niet inspannen als ik jou was, je kon eens moe worden.
7 Je moet
ook vooral geen rekening houden met een ander.
8 Jonge,
jonge, je zult ook nooit je spullen in orde hebben.
9 Je weet
zeker niet dat het boeken van school zijn waarmee je gooit.
10 Zit niet
zo ordinair te kauwen.
Geef voor
onderstaande incidenten een vorm van negatieve en een vorm van positieve
kritiek.
1 Een
leerling pakt gereedschap, bijvoorbeeld een passer, weg bij een medeleerling.
2 Een
aantal leerlingen komt met schoenen vol modder de gymzaal binnenstappen.
3 Piet
hangt tijdens het merendeel van jouw lessen ongeοnteresseerd onderuit.
4 Frans
heeft voor de derde achtereenvolgende keer het leerboek voor jouw vak vergeten
me te nemen.
5 Tijdens
de les zijn een tweetal leerlingen bezig met het bestuderen van Engelse
woordjes voor een proefwerk dat de volgende les zal worden afgenomen.
6 Tijdens
een scheikundepracticum springt een leerling ruw en onzorgvuldig om met het
materiaal.
Persoonsgerichte en zaakgerichte kritiek
Reacties op
ongewenst leerlingengedrag kunnen bekeken worden vanuit een zaakgerichte
(gedragsgerichte) dan wel persoonsgerichte benadering.
Voorbeeld:
Persoonsgerichte
benadering: Jij schrijft slordig.
Zaakgerichte
benadering: Dat woord kan ik niet lezen.
Bedenk zelf
een aantal voorbeelden van zaakgerichte kritiek.
1 Incident
Je komt
erachter dat Jaap met een leugen probeert een medeleerling voor iets te laten
opdraaien.
Persoonsgerichte
kritiek
Ik had
niet gedacht dat jij zon onbetrouwbaar kereltje was,
Jaap.
Zaakgerichte
kritiek
..
2 Incident
Een
leerling steekt opzettelijk zijn been uit waardoor een medeleerling bijna
struikelt in het gangpad.
Persoonsgerichte
kritiek
Jij bent
een gemene vent, Anton.
Zaakgerichte
kritiek
..
3 Incident
In jouw
lessen komt het regelmatig voor dat Ina met
negatieve opmerkingen reageert op niet zo verstandige studenten.
Persoonsgerichte
kritiek
Ina, jij verziekt voortdurend de sfeer hier in de groep.
Zaakgerichte
kritiek
..
4 Incident
Tijdens een
toets geeft een leerling hoorbaar vloekend commentaar.
Persoonsgerichte
kritiek
Ga jij je
mond eens spoelen, barbaar.
Zaakgerichte
kritiek
..
5 Incident
Een
leerling gaat in een tekenles op een nogal verspillende wijze om met
tekenpapier en verf.
Persoonsgerichte
kritiek
Ik kan wel
zien dat jullie het thuis breed hebben, Henk.
Zaakgerichte
kritiek
..
6 Incident
Een
leerling heeft voor de zoveelste keer zijn zaken niet in orde. De inhoud van
zijn schooltas is een ordeloos geheel van boeken en losse blaadjes met allerlei
aantekeningen.
Persoonsgerichte
kritiek
Tsonghe, Karel, het is geen
wonder dat er bij jou nooit iets klopt. Jij bent een chaoot.
Zaakgerichte
kritiek
..
____________________________________________________________________
Opdrachten
uit: T. Geerligs & T. Van der Veen (1996) Lesgeven en zelfstandig leren. Assen:
Van Gorcum.
____________________________________________________________________