Diverse opvattingen, gewoontes en werkwijzen van beoordelaars verlagen de objectiviteit van de beoordelingen

De belangrijkste beoordelaarseffecten zijn de volgende (Zie: T. Geerligs & T. Van der Veen (1996) Lesgeven en zelfstandig leren. Assen: Van Gorcum, p. 328-330.)

 

Norminstabiliteit

In de praktijk past de leraar of docent bewust of minder bewust de aan te leggen normen aan het gemiddelde prestatieniveau van de groep leerlingen aan; de standaard van de beoordelaar kan tijdens het beoordelingsproces verschuiven. Ook vermoeidheid kan een rol spelen bij de beoordeling: de eerste proefwerken van een stapel worden vaak strenger of nauwkeuriger nagekeken dan de overige.

 

Uitstralingseffect (of halo-effect)

Van dit effect is sprake als er een storende invloed uitgaat van bijkomstige kenmerken op de beoordelingsuitkomst, bijvoorbeeld:

-        de leesbaarheid van het handschrift van de leerling

-        de netheid van het ingeleverde werk

-        spellingsfouten of grammaticale fouten in bijvoorbeeld een proefwerk biologie

-        de reputatie van de leerling

-        sympathie of antipathie gevoelens van de leraar ten opzichte van de leerling

dergelijke niet ter zake doende kenmerken zouden geen invloed op de waardering mogen hebben: de evaluatie moet zoveel mogelijk gebaseerd zijn op de relevante kenmerken van de geleverde prestatie.

 

Opvattingseffect

Het opvattingseffect betreft de storende invloed die uitgaat van de opvattingen en inzichten die bij leraren kunnen bestaan bij het beoordelen, met name de verschillen in het belang dat een leraar toekent aan verschillende aspecten van de geleverde prestatie. Denk bijvoorbeeld aan het verschil in opvatting over een goede scriptie.

 

Volgorde-effect

Het volgorde-effect ontstaat door de (onbedoelde) nawerking van eerdere beoordelingen op erop volgende. Bijvoorbeeld: na een aantal goede producten te hebben nagekeken en beoordeeld kan de leraar bij het volgende slecht product dat dan schril afsteekt tegen de voorafgaande naar verhouding te lage punten geven.

 

Contaminatie-effect

Bij het beoordelen kunnen oneigenlijke doelstellingen van een leraar de beoordeling ‘besmetten’. Bijvoorbeeld: er zijn leraren die een goed figuur willen slaan door zoveel mogelijk leerlingen met mooie cijfers te laten overgaan. Er zijn leraren die niet in conflict willen komen met een collega en dan maar lage cijfers geven omdat die collega ook weinig punten geeft.