12 december 2003

 

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en

Vorming Marleen VANDERPOORTEN keurde de Vlaamse regering

het voorontwerp van decreet betreffende de

flexibilisering van het hoger onderwijs principieel goed.

 

Het hoger onderwijs krijgt een grondige facelift.

Momenteel studeren de Vlaamse jongeren in een jaarsysteem

dat via een systeem van overdrachten van examencijfers en Individueel Aangepaste Jaarprogramma's (IAJ's) het afgelopen decennium iets flexibeler is gemaakt.

 

In de toekomst bepalen de studenten bij hun inschrijving

door de keuze voor een bepaald studiecontract de

flexibiliteit van hun studies. Daarenboven zal er niet

meer met studiejaren maar met studiepunten gewerkt

worden. Bovendien zullen zowel 'elders verworven

competenties' (EVC) als 'eerder verworven kwalificaties'

(EVK) door de Vlaamse hoger onderwijsinstellingen erkend

kunnen worden en zullen studenten hier dan vrijstellingen

voor ontvangen.

 

Deze maatregelen maken het hoger onderwijs flexibeler en

zijn in lijn met het Bolognaproces. Flexibel onderwijs

heeft zijn voordelen: het hoger onderwijs wordt

toegankelijker voor nieuwe doelgroepen (bv. volwassen

studenten) en iedereen kan hoger onderwijsstudies op het

eigen niveau aanvangen.

 

Een van de grote veranderdingen is dat de student bepaalt

welk opleidingstraject hij wil volgen. Hij heeft de keuze

uit een diplomacontract, met het oog op het behalen van

een bachelor en/of masterdiploma, een creditcontract,

waarin een student verschillende opleidingsonderdelen

volgt om credits te behalen, en een examencontract,

waarin hij enkel examens aflegt en dus geen lessen of

practica volgt.

 

Ook de klassieke studiejaren verdwijnen. In de plaats

komt een soepeler systeem van studiepunten. Zowel bij de inschrijving als bij het samenstellen van de opleiding zal er gerekend worden in studiepunten. Hoe meer opleidingsonderdelen een student volgt, hoe meer studiepunten hij verzamelt. Het aantal studiepunten waarvoor een student is ingeschreven bepaalt ook het inschrijvingsgeld. Wie één opleidingsonderdeel van 5 studiepunten volgt, zal minder betalen dan iemand die zich voor 60 studiepunten inschrijft.

 

In het nieuwe systeem is ook de studievoortgang, de tijd

die een student erover doet om zijn studies af te ronden, verzekerd. Momenteel kan een hogeschool of universiteit een student die trist al de inschrijving weigeren en spelen ook de deliberaties een belangrijke rol in het bewaken van de studievoortgang. Ook in de toekomst blijven die deliberaties die rol spelen. Bovendien kan een hogeschool of universiteit nog steeds een student weigeren die zich een derde maal wil inschrijven, maar dan inschrijven voor een zelfde opleidingsonderdeel.

 

Ook nieuw is dat hogescholen en universiteiten bekwaamheidsattesten uitreiken op basis van 'eerder verworven competenties' (EVC) en 'elders verworven kwalificaties' (EVK). Iemand met EVC is een persoon die wel ervaring in de praktijk heeft opgedaan maar daar geen diploma voor heeft. Via een assessment waarbij hij zijn competentie bewijst, kan hij een bekwaamheidsbewijs verkrijgen. Iemand met EVK is iemand die al één of meerdere diploma's behaald heeft in een of andere onderwijsinstelling. In dit geval gebeurt de controle op basis van het studiebewijs en de bijhorende beschrijving van de leerdoelstellingen. Al wie een bekwaamheidsattest heeft, kan hiervoor binnen de gekozen opleiding aan een hogeschool of universiteit vrijstellingen krijgen.

 

Dankzij de bekwaamheidsattesten kan de jarenlange

ervaring van iemand zonder enig diploma toch op waarde

worden geschat. De toegang tot het hoger onderwijs wordt

voor zo iemand gemakkelijker omdat een gunstig assessment vrijstellingen en dus effectieve studieduurverkorting oplevert.

 

De drempel om zich in te schrijven aan een hogeschool of universiteit verlaagt dus aanzienlijk. De flexibilisering plaatst ons hoger onderwijs ook mooi in het verlengde van de oproep over levenslang leren van de Europese ministers verantwoordelijk voor hoger onderwijs in het Berlijn Communiqué.

 

Erg belangrijk ten slotte is dat een flexibel systeem

niet hetzelfde is als een 'à la carte' systeem waarin

studenten naar believen opleidingsonderdelen volgen en studiepunten of credits verzamelen. De hogescholen en de universiteiten zullen de samenhang van de opleidingen nauwgezet kunnen bewaken. Studenten zullen hun opleiding dus niet 'zomaar' kunnen samenstellen. En zelfs op een flexibele basis blijft een jaarsysteem perfect mogelijk. Bovendien bewaken de studievoortgangssystemen de effectieve studieduur. Voor studenten blijft goed presteren dus ook in de toekomst de boodschap.

 

Dit voorontwerp van decreet wordt voor advies voorgelegd

aan de Raad van State.

 

persinfo  :     Jo De Ro, woordvoerder van

minister Vanderpoorten - tel. 02 553 99 11

e-mail:         persdienst.vanderpoorten@vlaanderen.be